Technologische ontwikkelingen

Industrieel vastgoed: de vergeten groente van onze steden

Honderd jaar geleden woonde de klompenmaker midden in het dorp en produceerden we ons voedsel in eigen moestuin. Vijfentwintig jaar geleden kwamen onze schoenen uit Azië en onze sugar snaps, wijn en kiwi’s uit Kenia, Chili en Nieuw-Zeeland. De komende periode zien we een trend in omgekeerde richting: offshoring raakt uit en maakt plaats voor onshoring, we gaan onze producten weer op eigen bodem maken.

Omdat het moet – vanwege politieke en maatschappelijke druk om onze ecologische voetafdruk zo klein mogelijk te houden en de stijgende prijzen in voormalige lagelonenlanden, waardoor uitbesteding minder loont – omdat we het willen (weet wat je koopt) én omdat het kan dankzij technologische ontwikkelingen.

Digitalisering stelt ons in staat steeds dichter bij huis te produceren. Nog even en de 3D-printer bij de schoenwinkel op de hoek maakt in luttele minuten exact de sneakers die jijzelf hebt ontworpen. En om efficiënt samen te werken hoef je allang niet meer elke ochtend naar kantoor, maar kun je ook thuis achter je computer gaan zitten.

“Er is een duidelijke link tussen technologische ontwikkeling en het gebruik van fysieke ruimte”, aldus Frank van der Sluys, Head of Research & Insights bij adviseur Cushman & Wakefield. De maakindustrie – van automotive tot bouwmarkten en van nieuwe energie tot high tech – beweegt zich dan ook overal in Nederland nadrukkelijker richting de steden.

Niet alleen om dichter bij de consument te zitten, maar ook omdat productie in sommige gevallen footloose is en de steeds slimmere maakindustrie andersoortige werknemers nodig heeft: er is behoefte aan brains om slimme apparaten te bedienen. En hoogopgeleid personeel vind je vooral in steden en bij Technische Universiteiten en hogescholen. De war on talent speelt zich niet alleen af bij dienstverleners, maar ook in de maakindustrie.

Maar de ruimte in en om onze steden is schaars. En vastgoedontwikkelaars bouwen liever woningen dan lager renderende bedrijfsruimtes. Het aantal industriële locaties in de nabijheid van steden zien we dan ook steeds schaarser worden.

Van der Sluys ziet het met lede ogen aan: oude industriepanden die worden omgetoverd tot hippe woningen. ,”Die woningbehoefte is natuurlijk terecht. Alleen de aandacht richt zich wat mij betreft te eenzijdig op woningen, terwijl veel meer functies behoefte hebben aan meer ruimte. De stedelijke mozaïek komt daarmee in het gedrang. En één ding is zeker: als er op plekken van bedrijfsruimte eenmaal woningen staan, komt er nooit meer industrie in omdat dat nu eenmaal minder opbrengt.”

Er zou meer aandacht moeten zijn voor die veelzijdige maakindustrie en het bijbehorende industrieel vastgoed, vindt Van der Sluys, waar maar liefst eenvijfde van het Nederlandse bbp wordt verdiend. ,,Om een of andere reden denkt Nederland bij maakindustrie nog altijd aan viezigheid. Maar veel industrie, zoals de high tech, is ontzettend schoon. Het is geen enkel punt om die op te nemen in een nieuwe woonwijk.”

Hij noemt het voorbeeld van de nieuwe woonwijken ten westen van Utrecht: woningen, scholen, winkels, kantoren, maar geen industriële gebouwen. “Steden dreigen monoculturen rond het thema ‘wonen’ te worden. Het is toch raar dat je vanuit de stad een heel eind moet rijden naar een autogarage en dan weer terug naar huis terwijl zo’n garage aan heel strenge milieueisen moet voldoen en dus prima in een stadswijk past? Industrieel vastgoed is de vergeten groente van onze steden, van onze economie.”

Hoe ziet Nederland er over vijftig jaar uit? Van der Sluys voorziet één urban field, bestaande uit het gebied waarbinnen zich de nu vijf grote steden bevinden. Files zijn verleden tijd, wie nog fysiek naar kantoor of naar klanten gaat, doet dat per supersnel openbaar vervoer of zelfrijdende deelauto. Met elkaar wedijverende gemeenten bestaan niet meer, er is ruimte voor een vrijere en logischere inrichting van de ruimte.

Industrieel vastgoed heeft dan een logische plek in het stedelijk gebied verworven, zodat producten duurzaam, schoon en dichtbij de consument worden geproduceerd. Wonen, werken, produceren en recreëren zijn met elkaar verweven binnen een en hetzelfde gebied. “Dat vinden we in 2069 net zo normaal als nu schoenen bestellen via je smartphone. Dan zeggen senioren tegen elkaar: weet je nog dat we ooit op plastic schoenen uit China liepen?”


Laat uw ervaring, mening en/of visie horen en praat mee over dit Duidelijk. bericht

Voeg uw eigen reactie toe

Vertel ons uw mening!