Stork Marel – Niek Jansen-6

Marel: ‘Er wordt hier nog heel ambachtelijk gewerkt’

Marel Poultry in Dongen, marktleider op het gebied van verwerkingsmachines voor pluimvee, vlees en vis, verhuist binnenkort. Naar een nieuwe locatie. Ook in Dongen. “Er is een warme band tussen het bedrijf en het dorp en we willen onze vakmensen niet kwijt.”

Nog een paar maanden en dan verruilt Marel de oude fabriek aan de rand van een woonwijk in Dongen voor een gloednieuw gebouw op een bedrijventerrein aan de overkant van het Wilhelminakanaal. En dat is hard nodig, volgens Niek Jansen, manager Structural Group Manufacturing van Marel, want de huidige locatie is versleten. Het dak lekt en de muren zijn verzakt. En vooral is het plafond te laag om goederen te kunnen ophijsen.

Renovatie bleek net zo duur als nieuwbouw van de veel meer klimaatvriendelijke bedrijfsruimte die net zo groot wordt als de oude, zo’n 2500m2. Jansen: “Nieuwbouw heeft bovendien het voordeel dat we een veel logischer, rechthoekig pand kunnen neerzetten, zodat we een optimale productie-opzet kunnen inrichten.”

Marel Poultry had van meet af aan de wens in Dongen te blijven. Jansen: “De meeste medewerkers wonen hier in het dorp en werken al heel lang bij Marel. Er is een warme band tussen het bedrijf en het dorp. Het zou niet slim zijn al ons personeel hier achter te laten en elders nieuwe krachten te moeten werven en opleiden. Zeker niet in de huidige arbeidsmarkt.”

Er is een warme band tussen het bedrijf en het dorp

Kiptechnologie

In Nederland is de filet het duurste stukje van de kip, in China juist het goedkoopste. En daar moeten wij als bouwers van kippenslachtmachines rekening mee houden: apparatuur die kip voor de Nederlandse supermarkt produceert, moeten zó afgesteld worden dat er een zo groot mogelijke filet ontstaat.

Bij Marel Poultry weten ze daar alles van. Als een ouderwetse smid hamert een medewerker de stalen stang voor een slachtmachine in de juiste kromming, geholpen door een lasertekening die vanaf het plafond op zijn werktafel is geprojecteerd.

“Ja, een gram meer of minder kan winst of verlies betekenen voor een klant die 15.000 kippen per uur verwerkt”, legt Jansen uit. “Het werk hier is enerzijds heel technisch, anderzijds nog heel ambachtelijk.” Het is industrieel vakmanschap, midden in de stedelijke omgeving.

Dat verklaart waarom er wel zestig mensen werken bij de maker van onderdelen voor kippenslachtmachines, die op andere locaties ook verwerkingsapparatuur bouwt voor vleeskippen, runderen, varkens en vis. “We hebben hier namelijk geen massaproductie. Van slechts één onderdeel maken we hier 120.000 stuks per jaar en dat dan in dertig types. Dit lijkt veel, maar het is te weinig om dat proces volledig te automatiseren.”

Machines voor de groei

Marel is machinebouwer voor een groeimarkt. Want wereldwijd stijgt de vleesconsumptie nog steeds, bovendien is er vraag naar machines die steeds meer waarde toevoegen door kant-en-klaar producten te produceren.

Simpel gezegd: machines die gemarineerd, gepaneerd of gefrituurd vlees bereiden. “Dat sluit aan bij de vraag naar ‘convenience food’, legt Jansen uit. Dat het bedrijf niet meer vloeroppervlak nodig heeft, heeft alles te maken met de onlogische indeling van de oude locatie, dat in de loop van vele decennia uitgroeide van een leerverwerkingsfabriekje tot het huidige Marel Poultry. “In onze nieuwe bedrijfshal kunnen we de ruimte veel beter benutten.”

Steun van de gemeente

Marel heeft bij de nieuwbouw alle steun van de gemeente gekregen, die graag wilde dat het bedrijf in Dongen bleef. “We veroorzaken geen geluid- en stankoverlast en ook geen extra verkeer. Slechts eenmaal per dag rijdt er een vrachtwagen met onderdelen van hier naar onze locatie in Boxmeer.” Daar worden de slachtmachines in elkaar gezet en verzonden naar klanten in de hele wereld.

En die machines worden steeds geavanceerder, volgens Jansen. Het innoveren gebeurt in samenspraak met de klant, want iedereen maakt weer andere vleesproducten. In Frankrijk is de hele kip bijvoorbeeld nog steeds populair, terwijl je die in Nederland nauwelijks meer aantreft in het schap.

“Het innovatieniveau en -tempo is precies de reden waarom wij in Dongen blijven en niet alles naar een ‘lagelonenland’ verplaatsen”, aldus Jansen. “Je kunt wel schetsen van een nieuwe machine naar Azië sturen, maar snappen ze die tekening daar? Behaal je wel het benodigde kwaliteitsniveau? Als machinebouwer moet je innovaties kunnen uitproberen en aanpassen. Hier in Dongen werken nog echt vaklui die kunnen frezen en lassen, geen mensen die alleen knoppen kunnen bedienen. En die willen we niet kwijt.”

 

 

Meer weten?
Vraag dan ons Industrial Rapport aan.



Laat uw ervaring, mening en/of visie horen en praat mee over dit Duidelijk. bericht

Voeg uw eigen reactie toe

Vertel ons uw mening!