jake-blucker-255891-unsplash

De veeleisende consument

We moeten waken voor monoculturen

Voor iemand die zich vijfentwintig jaar geleden zou hebben teruggetrokken in een hutje op de hei en nu weer terugkeert in de maatschappij is de moderne consument niet meer herkenbaar. Webshops, supersnelle levering, bestellingen plaatsen via een apparaatje dat je in je hand en aan je oor kunt houden, 3D-printers, producten op maat: in de jaren ’90 nog science fiction, nu volstrekt normaal. We kijken ervan op als een retailer geen webshop heeft, niet de volgende dag een bestelling kan leveren of als een opticien geen 3D-geprinte of gerecyclede brillen in zijn assortiment heeft.

Toine van Summeren, Cushman & Wakefield

De consument is enorm veranderd de afgelopen decennia, bevestigt Toine van Summeren, partner bij Cushman & Wakefield en verantwoordelijk voor het begeleiden van gebruikers van industrieel en logistiek vastgoed. Door al die veranderingen en vooral alle mogelijkheden is de consument veeleisend geworden.

De consument wil snelheid: de laptop die hij nu met een paar muisklikken bestelt, moet ook binnen een paar uur op zijn bureau staan. Hij wil het liefst lokale producten, waarvan hij de herkomst kent en weet hoe het ongeveer gemaakt wordt.

“Als je sugar snaps bij de supermarkt koopt, of druiven in de winter hebben die vaak meer kilometers afgelegd om op jouw bord terecht te komen dan jij in een heel jaar hebt gereisd”, aldus Van Summeren. “Dat betekent een enorme ecologische voetafdruk. Wil je dat nog, als consument? Veel mensen vinden het veel leuker als de groente van de boer in de buurt komt of als er op een feestje een lokaal pilsje wordt geserveerd.” Van Summeren vertelt over de Philips-fruittuin in zijn geboorteplaats Eindhoven: een ecologische boomgaard van 12 hectare met appel-, peren- en pruimenbomen, waar mensen zelf hun fruit kunnen plukken. “Mijn dochters begrijpen nu hoe appels groeien.”

En last but not least is de consument ook werknemer en wil hij graag zo dicht mogelijk bij zijn werk wonen. Zodat hij zijn kinderen naar school kan brengen en niet elke dag in de file belandt.

Al die consumenteneisen – snelheid, lokale producten en bedrijvigheid dicht bij de afnemers – leiden tot veel druk op dezelfde plekken, aldus Van Summeren. “We concentreren ons, veel meer dan vroeger.” En dat heeft verregaande gevolgen voor de vraag naar bedrijfslocaties én woningbouw. Tussen die twee ontstaat steeds meer frictie, waarbij bedrijfslocaties vaak het onderspit delven, omdat woningbouw voor de ontwikkelaar en de belegger meer rendement oplevert en de waarde van grond waar woningen op komen meer waard is dan die voor een bedrijfsgebouw.

Van Summeren onderkent de mooie kant van concentratie van bedrijvigheid en woningen in en om steden. “Op concentratieplekken gebeuren mooie dingen, denk aan succesvolle spin-offs.” Hij noemt het voorbeeld van hightechbedrijf ASML, in 1984 voortgekomen uit Philips en nu een onderneming van wereldfaam. “De aanwezigheid van zo’n bedrijf trekt zakelijk talent aan en dat genereert weer nieuwe voorzieningen. Die mix wordt gewaardeerd door consumenten, investeerders en andere bedrijven.”

De Zuidas in Amsterdam is een goed voorbeeld waar de mix van wonen en werken steeds beter wordt, volgens Van Summeren. “Daar wérken niet alleen mensen, ze wónen er vaak ook. Daardoor is zo’n gebied ’s avonds, na kantoortijd, niet meer uitgestorven. Er groeit een 24-uurs-economie, met sportscholen en winkels die heel lang open zijn.”

Hetzelfde ziet Van Summeren gebeuren in de gebieden Strijp S en Strijp T in Eindhoven: vroeger het domein van Philips-gebouwen, nu een mix in wording van maakindustrie, wonen en dienstverlening. “Iemand als ontwerper Piet Hein Eek, die hippe meubels maakt van sloophout en veel bezoekers trekt, wil je graag in zo’n omgeving houden”, aldus Van Summeren.

Er zit ook een keerzijde aan die plekken met grote aantrekkingskracht, zoals hoge vastgoedprijzen en verkeersproblemen. Startups die blijven hangen in de stad waar ze geboren zijn en de vraag naar last-minute-levering zorgen voor toenemende druk op steden. Toch is het van groot belang dat de maakindustrie niet de stad uitgeduwd wordt, aldus Van Summeren. “We moeten echt waken voor monoculturen. Juist een mozaïek aan functies maakt een stad compleet.”

Meer weten? Vraag dan ons Industrial Rapport aan.



Laat uw ervaring, mening en/of visie horen en praat mee over dit Duidelijk. bericht

Voeg uw eigen reactie toe

Vertel ons uw mening!