6 trends in retailvastgoed

6 trends in retailvastgoed volgens NRW-jurylid Maarten van Lit

Voor het eerst sinds jaren zijn er meer inzendingen dan genomineerden voor de NRW-jaarprijs, de meest prestigieuze prijs op winkelvastgoedgebied. Een vakjury, bestaande uit experts uit allerlei vakgebieden, beoordeelt inzendingen op kwaliteit, samenhang met de omgeving en functionaliteit binnen het alledaagse leven. Maarten van Lit was onderdeel van deze vakjury. Op basis van zijn ervaringen beschrijft hij de zes trends van de komende jaren in retailvastgoed.

De consument staat centraal

Vanuit de consument denken. Dat klinkt als een open deur, maar dat is het niet. Ten minste, niet zoals het zich nu ontwikkelt. De beleving van de consument gaat steeds meer een rol spelen in de maatvoering van het winkelcentrum. In alle facetten. Niet alleen de activiteiten, maar ook de inrichting van het openbare gebied, de toegankelijkheid en de veiligheid staan in het teken van het gebruiksgemak en de voorkeuren van de consument. Neem de parkeerproblematiek: wel of niet betalen voor een parkeerplaats. Als je kijkt naar ‘out of town shopping centers’ Rijswijk en Leidschenhage, draait Leidschenhage beter dan Rijswijk. Onder andere dankzij het gratis parkeren. Maar een winkelgebied in de binnenstad, daar moet betaald worden. Dat is de enige manier waarop er meer doorstroom ontstaat en winkels de beschikbaarheid van parkeerplekken kunnen garanderen. Dat zijn afwegingen die je voor de klant maakt, en niet voor jezelf.

Inbreiding boven nieuwbouw

De genomineerden van de NRW-jaarprijs zijn vooral inbreidingslocaties. Innovatieve herontwikkeling en renovatie van bestaande gebouwen, zoals het Miro Centrum in Enschede en het Van Hogendorpkwartier in Vlaardingen. De komende jaren zullen we dit steeds meer gaan zien. Green field-ontwikkelingen zijn een aflopende zaak. Dat heeft alles te maken met verzadiging van de markt. Zelfs de uitloopgebieden hebben hun winkelcentra op de groei gebouwd en zijn de komende tijd dus voorzien. De trend wordt herontwikkeling. Als branche moeten we actief regie blijven voeren over de krimp. Kantoorleegstand, daar voel je niet zoveel van. Leegstaande winkelgebieden worden al snel onder verpaupering geschaard. Met alle negatieve gevolgen van dien.

Lage drempel voor huurders

De komende jaren wordt het ook de film van de verhuurder. Beleggers nemen genoegen met minder, zolang hun gebouwen maar gevuld zijn. Een middel daarvoor is omzetgerelateerde huur: een huurprijs die afhankelijk is van je omzet. Zo wordt de drempel van de huurder lager om een ruimte te betrekken en blijft de verhuurder betrokken bij het succes van de winkel en haar omgeving. Ook door kortere huurcontracten met een break aan te bieden, komt de verhuurder de huurder tegemoet. De huurder kan tussentijds opzeggen. Buiten de geijkte winkelcentra zien we deze maatregelen steeds meer voorkomen. Zo biedt Unibail Rodamco al weinig anders dan omzethuur voor hun locaties in Almere, Amstelveen en Leidschehage.

Duurzaamheid is de norm

Duurzaamheid dringt verder door op de agenda’s. Steeds vaker zien we verduurzaming van de techniek binnen vastgoed. En dat zal alleen maar toenemen. Verduurzaming wordt de norm. De winkelcentra met open pui en een heater veranderen in gesloten entrees. Een supermarkt  van Hoogvliet voert bijvoorbeeld het overschot aan warmte door naar de bovengelegen appartementen. Retailers houden zich steeds meer bezig met de duurzaamheid van hun locatie. De nadruk komt meer en meer op energieprestaties en certificaten. De consument en de overheid zullen dit ook meer en meer van de branche verlangen.

Gebouwen krijgen multifunctioneel karakter

Het combigebruik van retaillocaties neemt in razendsnel tempo toe. Naast een verzameling retailers, worden de centra gebruikt voor publieke voorzieningen. Uitgerust met bijvoorbeeld een bibliotheek, een theater of een bioscoop. In plaats van een functioneel karakter waar meerdere retailers zich kunnen vestigen, verschuift de functie van dit soort binnenstedelijke winkelcentra steeds meer richting een voorziening voor de gemeenschap. Na sluitingstijd zijn de locaties nog toegankelijk voor consumenten. Op het dak bevindt zich een speelplaats. Woningen worden boven de winkels gebouwd.  Oostpoort in Amsterdam is een goed voorbeeld. Daar zit een zwembad recht tegenover de Albert Heijn. Het draait meer om de totaalbeleving dan om de verzameling winkels.

Kwaliteit in retail concentreert zich

Het verschil tussen A-, B-, en C – steden zal duidelijker zichtbaar worden. In Nederland hebben we eigenlijk maar één A-winkelgebied: Amsterdam. Dat heeft heel veel te maken  met het toerisme. B-steden  zijn Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven  of Maastricht. Gevolgd door de overige gebieden: C-steden. Die splitsing zal de komende jaren duidelijker naar voren treden. De beste gebieden, zullen de beste winkelketens behouden: De Bijenkorf, Zara, Marks & Spencer, Forever 21, River Island, the Original Apple Store en Urban Outfitters. De mindere gebieden houden een Blokker, Kruidvat en Hema over. Consumenten zijn bereid om te reizen naar de betere winkelgebieden met een niet-alledaags aanbod. Over een paar jaar zullen er nog maar 65 A- of B-steden  bestaan.



Er zijn 4 reacties. Laat uw ervaring, mening en/of visie horen en praat mee over dit Duidelijk. bericht

Voeg uw eigen reactie toe
  1. Hans van Tellingen, Strabo bv

    Old school thinking. Klopt niet. Bezig met mijn deel 7 #WatNouEindeVanWinkels (na deel 8 boek klaar), komt in Shopping Centre News. Betreft ‘de winnaars en verliezers in winkellandschap’. Lijst met winnaars is VEEL groter. De toekomst is zonnig, ook voor de fysieke winkel.

  2. Joost de Baaij

    Leuk om te lezen Maarten. En Hans, aantal winnaars of verliezers hangt van je perspectief af. Er blijft natuurlijk op heel veel plekken gewinkeld worden maar ook wij verwachten een ‘scheiding’. Vanuit beleggerspectief (huur- en waardeontwikkeling) kun je beter een aantal steden mijden. Maar dat betekent niet dat er geen bruisend winkelhart(je) kan zijn.

  3. Ellen van Vossen

    Binnenstedelijke milieus, centra en aanloopstraten kunnen interessante vestigingsplaatsen zijn vanuit een veel breder economisch perspectief. Winkels met een breder businessmodel en het ‘ondernemen met een etalage’ bieden kansen ook voor de zakelijke markt en creatieve industrie. Ontmoeting is belangrijk in onze netwerksamenleving en laat zich ook op B en C locaties heel goed mengen met het winkellandschap. De vernieuwing van het winkellandschap is regiospecifiek maatwerk. Bovendien kan juist het persoonlijke karakter ‘ons kent ons’ van relatief kleinere winkelcentra met veel zelfstandig ondernemers een kracht zijn! Dit is in ieder geval de ervaring die ik als dorpsmanager in Bussum ( het Gooi) heb. Herkenbaar?


Vertel ons uw mening!